Raadsmemo Motie VVD zuidelijke aansluiting Blankenburgverbinding

21-11-2017
Raadsmemo Motie VVD zuidelijke aansluiting Blankenburgverbinding

Aangezien een aantal leden van deze raad de voorgaande debatten over de aansluitingen van de Blankenburgverbindingen niet hebben meegemaakt en enkele raadsleden verzocht hebben om nadere informatie sturen wij u, wellicht ten overvloede, onderstaande achtergrondinformatie.

Geachte leden van de raad,

Aangezien een aantal leden van deze raad de voorgaande debatten over de aansluitingen van de
Blankenburgverbindingen niet hebben meegemaakt en enkele raadsleden verzocht hebben om nadere
informatie sturen wij u, wellicht ten overvloede, onderstaande achtergrondinformatie.

Besluitvorming Rijksoverheid
Op 7 december 2011 heeft de minister haar voorkeursbeslissing, de Blankenburgtunnel in de variant
Krabbeplas-West, aangekondigd. Daarna is begin 2012 de Nieuwe Westelijke Oeververbinding diverse
malen in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer behandeld. Na het
vallen van het kabinet in het voorjaar van 2012 is de NWO controversieel verklaard, waardoor de
besluitvorming in de Tweede Kamer stil kwam te liggen. Op 11 december 2012 heeft de minister in het
algemeen overleg in de Tweede Kamer haar besluit kenbaar gemaakt. Het besluit voor de
Blankenburgtunnel met het tracé Krabbeplas-west inclusief de Aalkeettunnel is door de minister
vastgelegd in de Ontwerp Rijksstructuurvisie van april 2013 en toen ook ter visie gelegd. Dit was het
eerste formele moment waarop Vlaardingen haar mening kon geven. Wij hebben toen op de Ontwerp
Rijksstructuurvisie een zienswijze ingediend. De concept-zienswijze is in de raadscommissie van 13 mei
2013 besproken. Hierin zijn de oortjes ter sprake geweest. Dit heeft niet geleid tot aanpassing van de
zienswijze. De oortjes zijn niet in onze zienswijze opgenomen, om de redenen die hierna uiteengezet
worden.

Historie
Op 18/20 december 2012 is er gedebatteerd in de Vlaardingse gemeenteraad, op aanvraag van de PvdA
naar aanleiding van overleggen in de Tweede Kamer. Tijdens het debat van 18/20 december 2012 zijn
twee moties ingediend aangaande zogenaamde 'oortjes', welke verworpen zijn. Op 27 juni 2013 is er
wederom een motie ingediend aangaande de 'oortjes', welke toen is aangenomen. Vervolgens is, naar
aanleiding van de aangenomen motie, op 2 juli 2013 door het college een raadsmemo verzonden met
het voorstel om Rijkswaterstaat hun onderzoek te laten presenteren. Op 10 september 2013 heeft tijdens
een oriënterende raadsavond de presentatie van Rijkswaterstaat plaatsgevonden, in combinatie met een
presentatie namens de stadsregio Rotterdam van de verkeerskundige effecten van een aansluiting. Naar
aanleiding hiervan zijn door D66 op 11 september 2013 artikel 36 vragen gesteld, welke hebben geleid
tot het sturen van een brief aan de minister d.d. 17 september 2013 met het verzoek om te onderzoeken
op welke manier een aansluiting van Vlaardingen op het tracé van de Blankenburgtunnel alsnog
realiseerbaar is. Per brief van 18 oktober 2013 heeft de minister hier als volgt op gereageerd: op 17
december 2012 heeft zij de Tweede Kamer haar voorkeursbesluit, inclusief aanleg van de Aalkeettunnel
kenbaar gemaakt en daarmee: 

  • dat zij afziet van een aansluiting voor Vlaardingen;
  • dat een aansluiting niet verkeersveilig is in te passen in combinatie met een landtunnel
    (de Alkeettunnel) gezien het hoogteverschil en de korte afstand voor in- en uitvoegen
    tussen de beide tunnels (AT en BT);
  • dat een aansluiting bovendien een grotere aantasting zou betekenen van onder meer de natuur
    in "De Rietputten".

In haar brief aan Vlaardingen geeft zij daarbij aan dat sinds eind 2012 het tracé-ontwerp niet is gewijzigd,
zodat de bovenstaande argumenten nog steeds geldig zijn. Zij wijst ons verzoek daarom af. De brief van
de minister is met een raadsmemo op 29 oktober 2013 aan de raad toegezonden. In het raadsmemo
beschouwt het college de motie van 27 juni 2013 als afgedaan.

Stand van zaken nu
De variant "Blankenburgtunnel variant Krabbeplas-West inclusief Aalkeettunnel" wordt door de minister
uitgewerkt naar een Ontwerp-tracébesluit. Recentelijk, in de commissie van 17 juni, is door ons uw
mening gevraagd over de optimalisaties op het ontwerp uit de Rijksstructuurvisie die door
Rijkswaterstaat aan het Regionaal Bestuurlijk Overleg ter advisering voorgelegd zijn. De optimalisaties
zijn tot stand gekomen mede dank zij herhaaldelijk aandringen van Vlaardingen op verdere verlaging van
de Aalkeettunnel. Tijdens deze commissie heeft u ingestemd met de optimalisatiekeuze voor de
Aalkeettunnel in de vorm van deze variant. Dit betekent een verdere verdieping van de Aalkeettunnel
zodat deze ten noorden van de bosschages niet meer zichtbaar in het landschap aanwezig is. Doordat
de Aalkeettunnel nog dieper komt te liggen wordt het hoogteverschil met een beoogde aansluiting nog
groter. De wethouder heeft de voorkeur voor variant A in het Regionaal Bestuurlijk Overleg van 26 juni
geaccordeerd, mede gelet op de gevoelens van de raad. Het regionaal bestuurlijk overleg adviseert de
minister ten aanzien van de optimalisaties overeenkomstig onze voorkeur. Door de keuze voor een
Aalkeettunnel is realisatie van een aansluiting niet meer mogelijk, aldus de minister (zie hierboven). In de
raadsvergadering van 26 juni jl. is door de fractie van de W D een motie ingediend over deze aansluiting.
Deze motie wordt in de raadsvergadering van 9/10 juli as. opnieuw in stemming gebracht.

Consequenties voor Vlaardingen
Uit de presentatie van 10 september 2013 blijkt het volgende;

  • Een aansluiting leidt tot aanzienlijk extra ruimtebeslag;
  • Een aansluiting heeft nauwelijks effect op het hoofdwegennet;
  • Een aansluiting zal door circa 11.000 motorvoertuigen per dag worden gebruikt, waarvan circa
    de helft uit Vlaardingen en de helft uit Maassluis komt. (ter vergelijking; Vlaardingen-West
    circa 33.500, Vlaardingen-Centrum circa 25.500, Vijfsluizen circa 44.000, waarvan circa de
    helft naar Vlaardingen gaat);
  • Een aansluiting heeft voornamelijk verkeerskundige effecten in het westen van Vlaardingen,
    zoals de Marathonweg.
  • Verdergaande ontlasting van de Marathonweg zorgt voor waterbedeffect op andere wegen in
    Vlaardingen;
  • Een aansluiting biedt nieuwe mogelijkheden voor een bedrijventerrein op een zichtlocatie.

In de onderhavige motie wordt voorgesteld dat de gelden voor inpassing, uit de motie Kuiken, van € 25,4
miljoen ook kunnen/mogen worden ingezet voor aanleg van de "oortjes". De verwachting is dat dit
berdrag niet voldoende is voor aanleg van de "oortjes". De eerste raming van Rijkswaterstaat bedroeg
€ 30 miljoen.

Bovendien is de € 25 miljoen uit de motie Kuiken bestemd voor realisatie van maatregelen uit een
inpassingsvisie waarin compensatie voor verlies aan waarden van natuur, recreatie en water is
opgenomen. Het op 17 juni jl. met u besproken 'concept Landschapsplan' is deze inpassingsvisie. In dit
plan is geen rekening gehouden met ruimtebeslag als gevolg van mogelijke 'oortjes'.

Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen, 

‹ Terug